Elke werkdag van 08:30 tot 18:00 beschikbaar

Bel ons  085 - 27 33 586
Werken bij

​Binnen de zorgsector komt het vaak voor dat werknemers hun werkzaamheden combineren met een opleiding, die wordt vergoed door de werkgever. De afspraken leggen partijen vast in een leerarbeidsovereenkomst, vaak gecombineerd met een studiekostenbeding. Die bepaling houdt in dat een werknemer onder bepaalde voorwaarden (een deel van) de opleidingskosten moet terugbetalen wanneer hij uit dienst treedt of de opleiding niet afrondt. Maar mag je zo’n terugbetalingsregeling nog wel afspreken? Je leest er meer over in deze blog

Wat staat er in de wet over (verplichte) scholing?

In de wet (artikel 7:611A BW) is sinds 2022 een scholingsplicht opgenomen die, kort samengevat, inhoudt dat:

  • Een werkgever een werknemer in staat moet stellen om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie;
  • De werkgever de scholing kosteloos moet aanbieden als de werkgever op grond van de wet of cao verplicht is om die scholing aan een werknemer aan te bieden;
  • Een beding waarbij de kosten van die verplichte scholing op de werknemer worden verhaald, nietig is. Nietig betekent dat de afspraak niet geldt.

Uitspraak studiekostenbeding beroepsopleiding advocatuur

Tot voor kort was de vraag of er een uitzondering bestaat voor beroepsopleidingen. In september 2025 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over het studiekostenbeding voor de Beroepsopleiding Advocatuur. De Hoge Raad bepaalde dat met beginnend advocaten geen studiekostenbeding mag worden afgesproken. Werkgevers (advocatenkantoren) mogen dus geen studiekosten terugvorderen als de werknemer uit dienst gaat of de opleiding niet afmaakt. Met deze uitspraak van de Hoge Raad is in zoverre duidelijk dat voor verplichte/functiegerichte scholing geen studiekostenbeding meer kan worden gesloten.

Need of nice to have?

Is sprake van scholing die niet vereist is voor de uitoefening van de functie, dan is een studiekostenbeding wel mogelijk. We maken daarbij dus eigenlijk een onderscheid tussen ‘need to have’ of ‘nice to have’ scholing. Met andere woorden: wordt een ambitie van een werknemer gefaciliteerd om zich door te ontwikkelen, dan kan er wél een studiekostenbeding worden gesloten. Dit is anders voor een verplichte (‘need to have’) scholing.

Dat brengt ons tot de vraag: hoe zit het met studiekosten in de zorgsector? Hoe zit het bijvoorbeeld met een verpleegkundige die een opleiding tot IC-verpleegkundige doet? En geldt het studiekostenbeding voor bijvoorbeeld een Helpende die een opleiding tot VIG-er doet, wel? Die laatste vraag werd onlangs beantwoord door de Rechtbank Oost-Brabant.

De zaak van Teamzorg

Wat speelde er? De werknemer trad in dienst bij Teamzorg en volgde achtereenvolgens:

    1. de opleiding Helpende;
    2. een certificaat Helpende Plus, en
    3. de opleiding Verzorgende IG.

Voor deze opleidingen waren studiekostenbedingen overeengekomen. Partijen spraken dus met elkaar af dat – als de werknemer uit dienst trad – de opleidingskosten moesten worden terugbetaald.

Opleiding Helpende met certificaat Plus

Voor de opleiding Helpende en het certificaat Helpende Plus oordeelde de kantonrechter dat de opleiding ‘noodzakelijke scholing’ was. De opleiding vormde de basis voor het uitvoeren van de functie van Helpende en was volgens Teamzorg zelfs vereist. Ook uit de vacaturetekst bleek dat een diploma Helpende noodzakelijk was, of dat een werknemer bereid moest zijn dit diploma te halen. Teamzorg benadrukte dat zij het belangrijk vindt dat elke werknemer een basis op papier heeft, in dit geval een diploma Helpende. Hetzelfde gold voor het certificaat Plus. Dit certificaat was nodig om bepaalde aanvullende vaardigheden zelfstandig te mogen uitvoeren en vormde daarmee een logisch verlengstuk op de opleiding Helpende.

Omdat sprake was van noodzakelijke scholing in de zin van artikel 7:611a BW, had Teamzorg deze opleidingen kosteloos moeten aanbieden. De bijbehorende studiekostenbedingen waren volgens de kantonrechter daarom nietig.

Opleiding Verzorgende IG

Ook ten aanzien van de vervolgopleiding Verzorgende IG kwam de kantonrechter tot dit oordeel. Daarbij was onder andere van belang dat:

  • partijen een leerarbeidsovereenkomst hadden gesloten voor de functie Verzorgende IG;
  • binnen de organisatie structureel vacatures bestonden voor die functie;
  • de werknemer goed functioneerde en doorgroeimogelijkheden had;
  • Teamzorg zich actief bemoeide met de keuze van de opleidingsinstelling.

Hoewel het initiatief voor de vervolgopleiding bij de werknemer lag, vond de kantonrechter dat niet doorslaggevend voor de vraag of de opleiding noodzakelijk was. Het volgen van de opleiding zodat de werknemer kon ‘doorgroeien’ tot VIG-er was mede in het belang van Teamzorg en paste binnen de personeelsbehoefte van de organisatie. Bovendien had Teamzorg zich actief bemoeid met de keuze voor de opleidingsinstelling. Daarmee kwalificeerde deze opleiding volgens de kantonrechter als noodzakelijke scholing.

Bij wie ligt het initiatief voor de opleiding?

Opvallend is dat de rechter dus nauwelijks waarde hechtte aan het feit dat werknemer het zelf initiatief nam om de opleiding tot Verzorgende IG te volgen. Werknemer had namelijk vanaf haar indiensttreding duidelijk gemaakt dat zij na haar opleiding tot Helpende zich verder wilde ontwikkelen. De kantonrechter erkende dat Teamzorg werknemer op geen enkele manier had verplicht tot het volgen van de opleiding. Toch maakt dit zijn oordeel niet anders, omdat ook vaststond dat Teamzorg structureel behoefte had aan VIG-ers.

CAO VVT achterhaald

Teamzorg voerde nog aan dat de toepasselijk verklaarde cao VVT bepaalt dat er studiekostenbedingen kunnen worden overeengekomen. Ook dat argument schoof de kantonrechter terzijde. Volgens de kantonrechter is de cao VVT op dat punt gebaseerd op achterhaalde inzichten.

De volledige uitspraak vind je hier.

Conclusie

Wat betekent dit voor werkgevers in de zorgsector? De ruimte om opleidingskosten te verhalen op een werknemer lijkt steeds kleiner te worden. Scholing wordt snel als noodzakelijke scholing aangemerkt, waardoor een beroep op een eventueel studiekostenbeding niet mogelijk is. Net als bij Teamzorg kampen zorgorganisaties vaak met structurele vacatures als gevolg van personeelskrapte. Staan er vacatures open voor de betreffende functie waarvoor de werknemer een opleiding volgt, dan zou dat betekenen dat weinig ruimte is om een terugbetalingsregeling te sluiten. Zelfs als het initiatief voor het volgen van de opleiding alleen bij de werknemer ligt.

Het is wel goed om te beseffen dat dit een uitspraak van één enkele kantonrechter is. Het is mogelijk dat een andere kantonrechter met deze of een vergelijkbare zaak tot een ander oordeel zou zijn gekomen. Zover bekend, is dit de eerste keer dat een kantonrechter tot de conclusie komt dat in de zorgsector scholing als verplicht wordt aangemerkt, nadat een werknemer deze op eigen initiatief wil volgen. Uiteraard houden we toekomstige uitspraken in de gaten.

Heb je vragen over het studiekostenbeding of wil je advies over ‘verplichte scholing’, bel dan met één van onze advocaten via 085 – 27 33 586

Meld je aan voor de Nieuwsbrief.

Meld je hier aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Icoon
Icoon