Vier (dringende) redenen, maar geen ontslag op staande voet

Els werkt sinds 15 augustus 2020 als assistent begeleider bij een zorginstelling. Op 1 februari 2021 dient de moeder van een cliënt een klacht in over Els. Op 2 februari laat de directeur van de zorginstelling weten dat zij diezelfde dag nog met Els wil praten.

De directeur geeft Els ongeveer één uur om op kantoor te komen en zegt dat het consequenties heeft als zij niet komt. Els laat weten dat zij niet komt, omdat zij thuis is met haar kind. Zij geeft aan dat zij wel aanwezig zal zijn op de eerder gemaakte afspraak op 4 februari.

Op 2 februari ontslaat de directeur Els op staande voet. De directeur geeft in de e-mail aan dat er een brief van een advocaat volgt. De advocaat noemt in die brief een viertal dringende redenen voor het ontslag op staande voet.

Wat zijn de redenen voor het ontslag op staande voet?

De zorginstelling geeft aan dat Els ‘in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid mist die zij nodig heeft in haar functie’. De volgende vier dringende redenen worden genoemd:

  1. Els heeft de cliënt bedreigd door tegen haar te schreeuwen. “Ik ga je klappen” en “ik maak je dood”, althans woorden van gelijke strekking.
  2. Els heeft de cliënt opgesloten in het zorghuis toen zij boodschappen ging doen.
  3. Els heeft de cliënt aangezet om van het balkon af te springen.
  4. Els heeft geweigerd om op kantoor te verschijnen voor een gesprek, ondanks het dringende verzoek van de werkgever.

Is het ontslag op staande voet terecht?

Els is het niet eens met het ontslag op staande voet en stapt naar de rechter. Hoewel Els berust in het ontslag, vraagt zij de rechter om een billijke vergoeding. Ze vindt dat het ontslag op staande voet onterecht is. Er is geen dringende reden en het ontslag is niet direct gegeven.

Reden 1: de bedreigingen

De zorginstelling beschuldigt Els ervan dat zij de cliënt heeft bedreigd. Als bewijs brengt de zorginstelling een geluidsopname in die door de cliënt gemaakt is. Deze geluidsopname is in december 2020 gemaakt, maar de directeur weet pas op 1 februari 2021 van de opname.

Volgens de zorginstelling is op de geluidsopname te horen dat Els tegen de cliënt schreeuwt “Ik klap je door de hele kamer heen!”, “Ik gooi je van het balkon af!”, “Ik maak je dood!”, of woorden van gelijke strekking. 

Ingetrokken weekendverlof

De geluidsopname wordt tijdens de zitting afgespeeld. De bedreigingen zoals de zorginstelling ze benoemt, zijn niet terug te horen. Wel is te horen dat Els zegt: “Als je mijn dochter zou zijn, dan zou ik je alle hoeken van de kamer laten zien.”  Els verklaart dat de geluidsopname midden in de discussie is gestart. Daarom geeft het geen representatief beeld van de hele discussie. Volgens Els was het weekendverlof van de cliënt ingetrokken wegens misdragingen. Naar aanleiding daarvan schold de cliënt Els de huid vol en bedreigde zij haar.

Geen richtlijnen

De kantonrechter weegt mee dat Els beperkte werkervaring heeft met jongmeerderjarigen met zware problemen. Daarnaast geeft de kantonrechter aan dat op de geluidsopname geen daadwerkelijke bedreiging is te horen, hoewel Els haar wel streng toespreekt. Er wordt ook meegewogen dat er geen protocollen of richtlijnen zijn. Dit is bovendien het eerste incident met Els. Els heeft na het incident niet de kans gekregen om haar kant van het verhaal te vertellen.

De kantonrechter oordeelt de eerst genoemde reden geen dringende reden is. Els had om deze reden niet op staande voet worden ontslagen.

Reden 2: het opsluiten van de cliënt

Volgens de zorginstelling heeft Els haar cliënt opgesloten, terwijl zij boodschappen ging doen. De zorginstelling brengt opnieuw een geluidsopname in. Hierop is een telefoongesprek te horen tussen Els en de moeder van de cliënt. Uit het gesprek wordt duidelijk dat de opsluiting medio januari 2021 speelde.

Er wordt tijdens de zitting ook duidelijk dat dit voorval destijds door de directeur met Els is besproken. Er zijn toen geen arbeidsrechtelijke consequenties aan verbonden. 

Direct ná het incident

De kantonrechter overweegt waarom dit voorval toen geen consequenties had voor Els, en nu wel een dringende reden zou zijn voor ontslag. Bovendien is er niet voldaan aan de eis, dat ontslag op staande voet zo spoedig mogelijk moet worden gegeven na het incident. Ook hier benoemt de kantonrechter dat er geen protocol of voorschrift is overlegd, waaruit blijkt dat Els zo niet had mogen handelen. 

Reden 3: het aanzetten om van het balkon af te springen

Els zou de cliënt aan ernstig gevaar hebben blootgesteld, door haar aan te zetten om van het balkon af te springen. Uit de processtukken en de zitting blijkt dat dit voorval in december 2020 heeft plaatsgevonden. En dat de zorginstelling hiervan wist.

De kantonrechter gaat helemaal niet in op de vraag of dit voorval wel of niet heeft plaatsgevonden. En of dit een dringende reden is. Aangezien het ontslag niet direct is gegeven na dit incident is dit geen reden voor ontslag op staande voet. 

Reden 4: het weigeren om direct op gesprek te komen

Tot slot vindt de zorginstelling dat er sprake is van een dringende reden voor ontslag, aangezien Els weigerde om op kantoor te komen voor het gesprek.

Els is niet komen opdagen, omdat zij thuis zat met haar kind. Pas in het telefoongesprek waarin Els ook op staande voet wordt ontslagen, hoort zij dat er meerdere klachten/feiten zijn, waardoor de directeur haar eerder wil spreken.

De kantonrechter oordeelt dat de opdracht dat Els op haar vrije dag binnen vijf kwartier op kantoor moest verschijnen, terwijl er al een afspraak gepland over twee dagen, geen redelijke opdracht is. Nu er geen sprake was van een redelijke opdracht, is dat al helemaal geen reden voor een ontslag op staande voet.

Conclusie: geen rechtsgeldig ontslag op staande voet

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. 

De zorginstelling heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, door Els te ontslaan terwijl dat niet had gemogen. Daarom wordt aan Els een billijke vergoeding toegekend.

Els had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en de einddatum lag een aantal maanden in de toekomst. De kantonrechter vindt het redelijk om voor de hoogte van de vergoeding aan te sluiten bij het inkomensverlies dat Els heeft geleden. De zorginstelling moet een bedrag van € 11.544,88 bruto aan billijke vergoeding betalen. 

In de praktijk

Bij zorginstellingen staat de zorg voor cliënten centraal. Als er klachten binnenkomen over een medewerker of er bestaan twijfels over het functioneren is het goed om als werkgever (snel) in actie te komen. Bij een ontslag op staande voet moet heel zorgvuldig gehandeld worden, zo blijkt maar weer uit deze uitspraak. 

Overleg

Twijfel je of het gedrag van je medewerker voldoende is voor ontslag op staande voet? Neem dan gerust contact op met ons te overleggen. Een eerste advies is helemaal gratis en vrijblijvend. Bel 085 – 2733568.


Wil je de originele uitspraak lezen? Klik dan hier.

Deel dit bericht:

Meld je aan voor de Nieuwsbrief.

Meld je hier aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Icoon
Icoon