Beschermingsmiddelen, een wettelijke zorgplicht?

Al lange tijd speelt de discussie over de noodzaak en beschikbaarheid van beschermingsmiddelen. Bijvoorbeeld de mondkapjes in de thuiszorg en verpleeghuizen . Uit een peiling van FNV Zorg en Welzijn onder ruim 1300 zorgmedewerkers in de VVT bleek dat ruim 60% van de werknemers niet voldoende beschermd zou zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Daarnaast kan de 1,5 meter richtlijn vaak niet worden toegepast. Ook in andere zorg- en welzijnssectoren, maar ook daarbuiten, speelt deze discussie. Vooralsnog zijn veel werkgevers, terughoudend bij de verstrekking van dergelijke beschermingsmiddelen. Dit mede vanwege de soms onduidelijke richtlijnen op dit gebied van het RIVM. De vraag is in hoeverre werkgevers met deze handelwijze voldoen aan hun wettelijke zorgplicht.

“De vraag is of werkgevers voldoen aan hun wettelijke zorgplicht door voldoende beschermingsmiddelen ter beschikking te stellen.”

 Veilige werkomgeving, een wettelijke zorgplicht!

Werkgevers moeten ervoor zorgen dat hun werknemers kunnen werken in een veilige werkomgeving. Werkgevers zijn verplicht om die maatregelen te treffen die nodig zijn om te voorkomen dat werknemers in de uitoefening van hun werk schade lijden. Lijdt de werknemer toch schade dan is de werkgever hiervoor aansprakelijk. Tenzij de werkgever aantoont dat hij alle noodzakelijke maatregelen heeft genomen of dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Het kan hierbij gaan om zowel lichamelijk als psychisch letsel.

De bewijslast ligt bij de werknemer

In de eerste plaats is van belang dat dat de werknemer dient te stellen en te bewijzen dat hij het coronavirus heeft opgelopen op het werk. Dat zal over het algemeen erg moeilijk zijn. Je kunt het virus immers ook in de supermarkt hebben opgelopen of op andere plekken. Zou dit de werknemer toch lukken, dan is de werkgever aansprakelijk voor de schade. Tenzij de werkgever kan bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

“De zorgplicht van de werkgever om coronabesmetting te voorkomen, reikt verder dan de adviezen van het RIVM.”

Dit betekent dat de werkgever moet bewijzen dat hij alle maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven aan de werknemer die redelijkerwijs nodig waren om de schade te voorkomen. Daarbij is maar zeer de vraag of het voldoende is dat de werkgever afgaat op adviezen van het RIVM of dat van de werkgever méér dan dat wordt verwacht. Het advies van het RIVM geven over het algemeen aan dat beschermingsmiddelen alleen nodig zijn bij een verdenking van corona bij een cliënt. Hoe de rechter hierover zal oordelen bij Corona-gevallen is afwachten. De zorgplicht van de werkgever reikt over het algemeen ver en ook verder dan de (standaard) arbo-regels. Het is daarom zeer aannemelijk dat je als werkgever verder moet gaan om je werknemers te beschermen tegen coronabesmettingen, dan alleen maar de RIVM-adviezen volgen.

Omkering bewijslast

Bij beroepsziekten heeft de rechter in het verleden regelmatig de bewijslast ‘omgedraaid’. Bijvoorbeeld bij werknemers die RSI, een burn-out of mesothelioom (kanker door werken met asbest) hebben opgelopen. Dit omdat het in die gevallen nooit voor 100% aantoonbaar is dat de medische klachten door de werkomstandigheden zijn opgelopen.  Op basis van deze jurisprudentie is denkbaar dat de rechter in coronagevallen eveneens de bewijslast omkeert.  Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als komt vast te staan dat een met corona besmette werknemer op de werkvloer contact heeft gehad met één of meer cliënten of collega’s die  besmet was/waren met het coronavirus en dat er geen goede beschermingsmiddelen ter beschikking waren gesteld door de werkgever.

Het is dan aan de werkgever om te bewijzen dat hij wel degelijk voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen. Of dat de werknemer de coronaklachten zeer waarschijnlijk op een andere plek dan op de werkvloer heeft opgelopen.

Uit jurisprudentie blijkt dat voor het al dan niet toepassen door de rechter van de omkeringsregel, van belang is hoe aannemelijk het is dat het oplopen van gezondheidsklachten (corona) door de werknemer daadwerkelijk is ontstaan door blootstelling aan een onveilige situatie op het werk (een besmette cliënt). Daarbij kunnen verschillende omstandigheden een rol spelen zoals het argument van de werknemer dat hij privé geen mensen heeft gezien, zijn boodschappen altijd liet bezorgen etc. Met andere woorden, van belang is hoe groot de kans is dat de werknemer de besmetting elders heeft opgelopen en hoe vaak en intensief de werknemer in contact is geweest met de besmette cliënt.

“Werkgevers zullen het lastig kunnen krijgen om aan te tonen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. Het coronavirus kan namelijk makkelijk worden overgedragen wanneer je de 1,5 meter niet in acht kunt nemen.”

Dus? Zorgen voor voldoende beschermingsmiddelen?

Is een werknemer besmet geraakt met het coronavirus en wordt de bewijslast omgekeerd?  Dan zullen werkgevers het nog lastig krijgen wanneer zij willen aantonen dat zij aan hun zorgplicht hebben voldaan. Duidelijk is dat het coronavirus makkelijk kan worden overgedragen wanneer je de 1,5 meter regel niet in acht kunt nemen. Het lijkt niet ondenkbaar dat geoordeeld zal worden dat beschermingsmiddelen in die situaties moeten worden verstrekt, wil je als werkgever aan je zorgplicht voldoen. De eerste uitspraken op dit vlak zullen door de ingewikkelde bewijskwestie vermoedelijk nog wel even op zich laten wachten. We houden jullie op de hoogte!

Terug naar het nieuwsoverzicht

Deel dit bericht:

Meld je aan voor de Nieuwsbrief.

Meld je hier aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Icoon
Icoon