Hoge- of lage premie, hoe zit het nou? 

Eerder schreef Roelien al over de wijzigingen in de WW-premie. Op 9 december en 16 december 2019 heeft het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid weer wat meer duidelijkheid gegeven.

In dit artikel wordt ingezoomd op het schriftelijkheidsvereiste en de tijdelijke urenuitbreiding. Wil je alle ins & outs lezen, hier vind je de brief van Minister Koolmees van 9 december jl. en hier het kennisdocument ww-premiedifferentiatie van 16 december jl.

Schriftelijkheidsvereiste

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is geldt de lage WW-premie.

De vraag is natuurlijk wat onder schriftelijk moet worden volstaan. In de praktijk komt het namelijk vaak voor dat bij bijvoorbeeld de ‘omzetting’ van een tijdelijk naar een vast contract gewerkt wordt met een (bevestigings)brief. Deze brief wordt dan alleen ondertekend door de werkgever. Moet er in die gevallen (alsnog) een geheel nieuwe arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd worden opgesteld zodat het contract onder de lage WW-premie valt?

De minister heeft in zijn brief van 9 december jl. verduidelijkt dat dit niet hoeft. Voldoende is dat:

  • werknemer en werkgever een schriftelijk addendum hebben ondertekend;
  • uit dit addendum blijkt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is; en
  • werkgever dit addendum bewaart bij de loonadministratie.

Uitstel tot 1 april 2020

De minister heeft uitstel gegeven aan werkgevers om dit in orde te maken. Uiterlijk 1 april 2020 moet dit addendum zijn opgenomen in de salarisadministratie. Uit dit addendum moet blijken dat de werknemer al op uiterlijk 31 december 2019 in vaste dienst is.

Dit betekent dat werkgevers tot die tijd de lage WW-premie mogen afdragen. Ook als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepovereenkomst) of het addendum nog niet door beide partijen is ondertekend. In zulke situaties kunnen werkgevers in de loonaangifte over die tijdvakken de indicatierubriek ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ vullen met ‘ja’.

Dit uitstel geldt alleen voor arbeidsovereenkomst van werknemers die voor 1 januari 2020 in dienst zijn getreden. Voor nieuwe werknemers die in dienst treden op of na 1 januari 2020 geldt direct het schriftelijkheidsvereiste.

Hoe schriftelijk is schriftelijk?

In het kennisdocument is opgenomen dat ook een digitale handtekening, instemming via e-mail of in een HR-systeem volstaat.

Hoe zit het met de tijdelijke urenuitbreiding?

Zeker in de zorg komt het regelmatig voor dat met een werknemer die al een vast contract heeft een tijdelijke urenuitbreiding wordt afgesproken. Dit wordt dan vastgelegd in een addendum als een wijziging op de bestaande vaste arbeidsovereenkomst.

In het kennisdocument zijn hierover meerdere voorbeelden opgenomen. Zo is het voorbeeld opgenomen dat de werknemer een vast contract heeft voor 10 uur per week en deze tijdelijk wordt uitgebreid naar 30 uur per week. Hiervoor geldt dat op de vaste arbeidsovereenkomst van 10 uur per week de lage WW-premie van toepassing is. Het addendum met de tijdelijke 20 extra uren per week geldt als een aparte arbeidsovereenkomst waarop de hoge WW-premie van toepassing is.

De tijdelijke urenuitbreidingen vallen dus – voor wat betreft de WW-premiedifferentiatie – niet onder het vaste contract.

Voor meer voorbeelden wordt verwezen naar het kennisdocument.

Vragen?

Neem daarvoor gerust contact met ons op. Gratis en uiteraard vrijblijvend!

Terug naar nieuwsoverzicht

Deel dit bericht:

Meld je aan voor de Nieuwsbrief.

Meld je hier aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Icoon
Icoon