De uitspraak van het scheidsgerecht in december 2018 en het definitief worden van de Regeling compensatie transitievergoeding na twee jaar ziekte zorgt voor veel nieuwe procedures om werkgevers te dwingen het dienstverband te beëindigen.

Maar zoals je hieronder zult lezen, is er weinig nieuws onder de zon. Hoewel rechters verschillend reageren, staan de meesten – ook onder de nieuwe wet – nog steeds afwijzend tegenover een verplichting om te moeten ontslaan. Zelfs als er sprake is van ‘schrijnende’ gevallen, zoals de legio medewerkers die binnenkort met pensioen gaan. Maar het vuur wordt de werkgevers wel steeds nader aan de schenen gelegd. Er worden inmiddels vragen aan de Hoge Raad vragen gesteld.

Wat moet je als organisatie nu doen, beëindigen of niet?

Vanzelfsprekend wil je weten wat je moet doen. Lees daarvoor ook ons eerdere artikel met 4 praktische tips. In essentie is ons advies klip en klaar: handel niet op basis van incidenten, maar maak een beleid. Daarmee heb je een verhaal naar de medewerker, de collega’s, OR en – mocht het zover komen –  de rechter.

Neem in het beleid in ieder geval de volgende vragen mee:

  • Willen we überhaupt wel de slapende dienstverbanden beëindigen of houden we ze ook in 2020 nog slapend?
  • Is er de mogelijkheid en wil om het bedrag aan ontslagvergoedingen nu voor te financieren?
  • Maken we één regel voor iedereen of werken we ook met uitzonderingen (zoals de kortere dienstverbanden, mensen die met pensioen gaan of de schrijnende gevallen)?
  • Gaan we nu onderhandelen over een lagere vergoeding (alleen de transitievergoeding t/m 2 jaar ziekte en niet de opbouw erna) of wachten we tot 1 april 2020?
  • Willen we wachten tot in 2020 vanwege de overgangsregeling voor 50-plussers?

Wil je managementadvies over de slapende dienstverbanden? Wil je berekeningen maken over de hoogte van de transitievergoeding nu en in 2020? Heb je hulp nodig bij het onderhandelen of het maken van een goede vaststellingsovereenkomst? Of wil je je optimaal voorbereiden op de UWV aanvraag per 1 april 2020? Neem dan contact op via landstra@hanzeadvocaat.nl of 06-16438192.

 

“Rechters oordelen nog steeds (verdeeld) over transitievergoeding bij slapend dienstverband”

Rechter in Almelo: “Zelfs geen ontslagplicht als werknemer op korte termijn met pensioen gaat en helemaal geen transitievergoeding meer zal krijgen.

Een werknemer vraagt de kantonrechter in Almelo om haar werkgever – Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) – te veroordelen het dienstverband met haar te beëindigen. Niet alleen is haar dienstverband al jaren slapend, het is ook duidelijk dat ze nooit meer terug zal kunnen komen. Bovendien – en daar draait de zaak natuurlijk in de kern om – zal ze in 2020 de AOW leeftijd bereiken. Daarmee eindigt het dienstverband van rechtswege en is er geen transitievergoeding meer verschuldigd. Ze vist dan dus helemaal achter het net.

ZGT houdt voet bij stuk. Nu de slapende dienstverbanden beëindigen betekent een schadelast van € 900.ooo,- bruto. En het is nog steeds maar de vraag of en wanneer dit bedrag terug zal komen.

De rechter volgt het standpunt van ZGT: Werkgevers kunnen nog steeds niet verplicht worden het dienstverband na twee jaar ziekte te laten eindigen. Daarvoor is nog te veel onzekerheid over de uitvoering van de compensatieregeling. Bovendien moeten werkgevers de regeling voorfinancieren, hetgeen (nog) niet van hen kan worden gevergd. De conclusie is dan ook dat werkgevers niet ernstig verwijtbaar handelen door het dienstverband met werknemer slapend te houden.

Kantonrechter Den Haag: “Omdat de compensatieregeling is aangenomen, is er geen te rechtvaardigen grond meer om nu niet tot een beëindiging van een slapend dienstverband over te gaan.

Een kantonrechter uit Den Haag komt tot een heel ander oordeel dan zijn collega in Almelo. Dit terwijl er feitelijk geen andere omstandigheden zijn.

De rechter geeft aan dat het doel van de compensatieregeling duidelijk is. Namelijk dat een einde moet worden gemaakt aan slapende dienstverbanden. En omdat de regeling in de Staatscourant met toelichting is verschenen, is er onvoldoende onzekerheid om niet tot uitbetaling over te gaan. Dat werkgevers de compensatieregeling moeten voorfinancieren, is een afweging van de wetgever geweest. Het niet beëindigen van het dienstverband is in strijd met het goed werkgeverschap en dus heeft de werknemer recht op de transitievergoeding. In dit geval betrof het daarbij maar liefst € 150.000 bruto.

Kantonrechter in Maastricht: Geen verplichting tot beëindiging, zelfs niet als de werkgever soms wel en soms niet beëindigd.

Bij de kantonrechter in Maastricht staat eveneens de vraag centraal of een werkgever verplicht is een slapend dienstverband te beëindigen. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en daarmee dient de vordering van werknemer afgewezen te worden. Ook al heeft de werkgever een ander slapend dienstverband wel beëindigd. De werkgever windt er geen doekjes om: ‘wij willen in dit geval geen gebruik maken van de bevoegdheid tot opzegging van de arbeidsovereenkomst, omdat wij in dat geval aan de werknemer een transitievergoeding moeten te betalen.’

De werknemer wijst erop dat de minister diverse malen heeft verklaard dat het niet getuigt van fatsoenlijk werkgeverschap als de werkgever een slapend dienstverband laat voortbestaan met als enige reden dat hij geen transitievergoeding wil betalen. En bovendien gaat ook deze werkgever binnenkort met pensioen en dan gaat de  gehele transitievergoeding (€ 81.000 bruto) aan haar neus voorbij. Maar de rechter is onvermurwbaar en wijst de vordering van de werknemer af. Zelfs al heeft de werkgever toegegeven andere slapende dienstverbanden wel te beëindigen.

Terug naar nieuwsoverzicht

Deel dit bericht:

Herkenbare situatie?

Neem contact met ons op om eventuele vervolgstappen te bespreken

Icoon
Icoon
Icoon
Icoon

Hanze advocaat vind
je op deze locaties

locaties